De lodge ligt in een landelijk gebied. Op nog geen 500 meter loopt een zijarmpje van de Gambia rivier. Het getij is vrij groot, wat de mensen de kans geeft om de oesters die aan de wortels van de mangrovebossen groeien te plukken. De oesters worden vers gekookt en lokaal verkocht. De schelpen worden ook verkocht; de Belgambia Lodge gebruikte ze ook zoals je in Nederland steentjes ziet bij huizen.
Vanaf de rivier komen veel rijstvelden. Nu is alles droog. Iets verder van de rivier zijn veel landbouw veldjes. Stel je niks grootschaligs voor: het zijn meer volkstuinen in een gebied dat heel droog is. In de tuinen zijn veel waterputten, waar vooral de vrouwen water putten om hun groente water te geven. Elke dag, emmers per bedje. Ze kweken vooral ui, tomaten en witte kool. Een van de vrouwen vraagt of die blanke geen pompen kan betalen. De bevolking is arm en blanken kunnen alles betalen. Dat gevoel blijft, het is heel moeilijk ze te helpen denk. Positief is dat er projecten zijn om meer mensen te scholen. Het is lange weg, zeker omdat veel kinderen van 6-12 jaar eigenlijk alleen Koran onderwijs hebben.